Mijmeringen op een Munro

Droomvertellingen uit de hoogtes van Schotland

Mijn thuis voor de komende maanden… Edinburgh

Vandaag schrijf ik vanuit een houten vensterbank die uitkijkt over Fife en de zee. De komende maanden breng ik door in dit oude huis aan de rand van Edinburgh. Ik doe hier onderzoek aan de universiteit van Edinburgh naar de toegang tot transgenderzorg in het Verenigd Koninkrijk. Wat ben ik blij om terug te zijn aan de voet van de bergen, en dan ook nog werk te doen waar ik om geef.

Op mijn blog zal ik proberen jullie regelmatig op de hoogte te houden van mijn avonturen en mijn impressies van het leven hier. Ik kan niet wachten om Edinburgh van dichtbij te leren kennen, zoals ik drie jaren geleden in Glasgow deed. Maar maak je geen zorgen, ik zal nog vaak in Glasgow te vinden zijn, niet in de minste plaats voor ondergrondse fratsen met mijn grotvrienden.

Ik besloot naar Edinburgh te reizen met rugzak en fiets in de trein. Duurzaam, en plek voor extra bagage op mijn fiets (die ik allemaal zelf moest tillen). Uiteraard verliep dit fenomenaal stroef. Beginnend in Breda, waar mijn ouders me afzetten. De parkeerplaats is vier verdiepingen hoog, en de lift is buiten gebruik, dus moet ik mijn fiets door het hele trappenhuis naar beneden tillen, met nog een kwartier tot mijn trein gaat. Godzijdank dat mijn vader er is. Die extra handen ga ik in de uren erna enorm missen – eerst wanneer ik mijn tassen moet ontleden bij de Brusselse beveiliging, want ze zitten vol met verdachte kampeerspullen: statief, stijgijzers, zakmes. Gelukkig mogen ze allemaal wel mee, behalve m’n gastankje – die kan ik ze niet kwalijk nemen. Later mis ik mijn ouders nog meer als ik met fiets en al door een druk Londens station ren en mijn trein mis. En nog eens in de boemeltrein van Edinburgh, waar ik me moet losmaken uit een kluwen dronken Schotten. Om op het perron dan eindelijk bovenop mijn fiets te vallen, uit pure vermoeidheid. Gelukkig is daar Bryan, mijn nieuwe huisgenoot, om me te hulp te schieten. Samen lopen we over het modderige pad naar mijn nieuwe huis. Maar de helse tocht vergeet ik direct, als ik de lichtjes zie branden voorbij de overgroeide oprit. Het is alsof ik binnenstap in een sprookje.

Het reusachtige pand stamt uit de 17e eeuw, en is in de eeuwen erna gerenoveerd door een aantal beroemde Schotse architecten, waaronder Sir William Bruce (denk Hopetoun en Holyrood). Het is een huis dat ritselt en kraakt, een hoektoren en stenen wenteltrap die de Oorlogen van de Drie Koninkrijken hebben overleefd. Het geeft haar karakter, de staande klok, het afbladderende behang, de krakende houten vloer.

Mijn eigen kamer heeft ebbenhouten kasten en een Perzisch tapijt. Die ga ik morgen wel bewonderen. Eerst slapen, en het liefst heel lang. Mijn warme zware deken neemt me meteen mee. Maar uitslapen wordt het niet. De vroege ochtendzon schijnt fel naar binnen en zeewind klinkt. O ja, ik ben in de Schotse nazomer.

Ik ben nog nooit in dit deel van Edinburgh geweest, maar ik hoef er helemaal niet te wennen. Alles voelt vertrouwd: de schappen in de supermarkt, de wandelaars met hun hond en de joviale babbel. Ze zijn er, waar je ook in Schotland komt.

Natuurlijk zijn er ook dingen nieuw. Ik geniet ervan die nieuwigheden te ontdekken – hoe de paden lopen rondom het huis, welke spatels ik in de keuken kan vinden, hoe het licht door de kozijnen naar binnen valt. Ik hou van het droogrek aan het plafond en de roodborstjes bij zonsondergang. En steeds kijk ik naar buiten, naar het tarweveld achter mijn huis dat beweegt.

De hele dag door krioelen hondenuitlaters door de hoge sprieten, soms met wel vijf honden tegelijk. Het is ook wel een geweldige plek om je hond uit te laten; aan je ene hand Arthur’s Seat en aan je andere hand de zee. Vanuit de stad lijken ze ver van elkaar verwijderd. Hier bestaan ze naast elkaar. Het veld wil de hele tijd mijn aandacht trekken. Een trein raast langs, een konijn springt weg, de volle maan komt op. Alles gebeurt hier tegelijk. En tegelijkertijd gebeurt er helemaal niets.

Steek je het veld over richting zee, dan stuit je op de rotsen van Joppa bij Portobello. Horizontale rijen sedimentgesteente stammend uit het Carboon. Ze ontstonden toen Schotland op de evenaar lag en een tropisch moeras was. Door tektonische krachten worden de rotsen langzaam naar het oosten gekanteld. Op hun uiteinde liggen zeehonden gewoon maar te liggen. En vogels, zo veel vogels…zilvermeeuwen, scholeksters, aalscholvers, tureluurs. Ze zijn uit het noorden naar de Firth gekomen om te overwinteren.

Op dinsdag fiets ik voor het eerst naar de stad. Er is een nationale fietsroute helemaal naar het centrum vanaf mijn huis, langs de basalte kliffen die Samson’s Ribs worden genoemd. De Royal Mile vermijd ik, maar als je de goed aangegeven routes volgt, is fietsen door Edinburgh best een aangename ervaring. Het is heerlijk om mobiel te zijn in de stad, op mijn mountainbike over de paden te racen. Het universiteitsgebouw waar ik onderzoek doe ligt buiten het centrum, bij het academisch ziekenhuis. Wanneer je aan komt fietsen over de brede laan kun je helemaal kijken tot de Pentlands. Het Usher Instituut is een prachtig modern gebouw, met toiletten op elke hoek en ramen zo groot dat elk sprankje zon naar binnen wordt gevangen. Geen vervelende plek om vele uurtjes achter de computer te zitten.

Ik fiets deze week ook door Glasgow. Speciaal voor Nick, wiens grootste hobby (naast sauna) fietsen is. Fietsen door Glasgow is minder aangenaam. Kriskras kuilen en joelende auto’s. Ik niet hoor, dat doen de Glaswegians. Ik wacht netjes bij de stoplichten, met de voetgangers.

Ik ben druk in de weer deze eerste week, en toch kom ik helemaal tot rust. Misschien was het wel alles wat ik nodig had, het ritselende huis en het tarweveld dat beweegt.

Ik heb het vaak gevoeld de afgelopen jaren, de kracht die me richting Schotland trekt. Soms was het alsof ik de tijd thuis alleen maar uitzat. Zodra ik de kans kreeg, ging ik. Is het de ontvluchting van een leven dat ik te weinig liefheb? Of is het gewoon zoals het is, een liefde waar ik aan toe mag geven.

Hier, in dit oude huis, is er ruimte voor verzachting. Streel ik mijn huid met het zoute water van de zee. Kietelen tranen mijn wangen. En zoenen de berken elkaar met hun takken.

Hier hoef ik, zoals GerJan mijn yogadocent zegt, even helemaal niets.

Foto’s geschoten op Cinestill 400D met mijn Minox 35 GT.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *