Mijmeringen op een Munro

Droomvertellingen uit de hoogtes van Schotland

Alleen op de West Highland Way: dag 1-2

Er is een lange aanloop geweest die me hier gebracht heeft, in het pikkedonker langs een grote weg, sjouwend met zware bepakking. Maanden van binnenzitten, lange dagen in wit ziekenhuislicht. Maanden van verdriet, waarin ik diep zonk, mezelf kwijt was, en langzaam begon terug te krabbelen. Ik was zo ver weg van de frisse buitenlucht, van moddervoeten en mijn handen op de rotsen.

Ik had een ervaring nodig die me weer met beide benen op de grond zou zetten, die me mijn kracht terug zou geven.

De West Highland Way was het antwoord.

154 kilometer van de suburbs van Glasgow tot in het hart van de Hooglanden. Ik heb nog nooit zo’n grote afstand gelopen, niet met iemand samen, en niet in de zomer. Nu wil ik alleen gaan, midden in november.

De West Highland Way (WHW) is geen bijzonder technische route; jaarlijks lopen duizenden mensen ‘m, jong en oud. Het is de afstand die de uitdaging vormt, over een terrein geteisterd door weer en wind. Nu is het laat in de herfst; de nacht is twee keer zo lang als de dag. En in de 8 uur dat het dag is, is het maar de vraag of de zon zich laat zien – die verschuilt zich vaak dagen achter de wolken. November op de WHW vergt extra doorzettingskracht en discipline. Je hebt geen medewandelaars die je een hart onder de riem steken, er wacht geen avond in het zonnetje op je na een lange dag lopen.

En dan wil ik het ook nog in 5 dagen doen.

De meeste van deze wegen ben ik al vele malen gepasseerd; het is de fysieke en mentale uitdaging die ik zoek. Kan ik dit doen, alleen en zelfvoorzienend, wanneer de rest van Schotland zijn winterslaap houdt?

Het is misschien gekkenwerk. Ik zal mezelf verder duwen dan ik ooit heb gedaan, maar ik doe het graag, om me levend te voelen in mijn lichaam.

Dag 1

Doel: Conic Hill
Afstand: 28,7 km
6,5 uur in daglicht, 2 uur in maanlicht

Om 9 uur ‘s ochtends, na een veel te korte nacht, hol ik naar Partick Station, met een rugzak die stuitert tot boven mijn kruin. Het is al later dan ik wilde, dus deze trein wil ik echt niet missen.

Ik heb dagen op het punt gestaan te vertrekken, wachtend op een venster van goed weer. Nu het moment daar is, vertrek ik toch gehaast, verwilderd, zoals ik dat zo goed kan. Alsof ik niet in de startblokken sta van mijn grootste wandeltocht ooit.

Het zal je niet verbazen dat ik er na een paar minuten op het pad al achter kom dat ik iets vergeten ben. En niet zomaar iets: mijn wandelstokken.

Ik kan rechtsom keren en de trein terugnemen naar Glasgow. Achteraf was dat waarschijnlijk beter geweest. Maar op dat moment klinkt het als een hele onderneming voor iets wat ik op geen van mijn wandelingen afgelopen jaar nodig heb gehad. Bovendien kan ik mijn doel van vandaag, Conic Hill, dan vergeten. Ik kijk wel hoever ik kom, besluit ik. Als het écht niet gaat, smeek ik vrienden in Glasgow om langs te rijden met de stokken. Mijn eerste fout: onderschatten welk verschil wandelstokken maken.

Al na een paar uur begin ik het te voelen; ik buig voorover onder het gewicht van mijn rugzak en mijn heupgordel snijdt in mijn dijbeen. Het is maar goed dat ik mijn rugzak niet gewogen heb; dan was de moed me meteen in de schoenen gezonken. Maar het kan niet veel minder zijn geweest dan 18 kg. Het meeste van mijn uitrusting is essentieel in november, maar achteraf had ik een paar spullen wel thuis kunnen laten. Mijn tweede fout: een paar kilo lijkt weinig, maar maakt over 154 kilometer alle verschil. Bovenaan de schraplijst staan mijn stijgijzers (600 g) – die gingen in al mijn optimisme mee voor een mogelijke detour naar Ben Lomond, een plan dat ik al snel heb laten varen – en mijn analoge camera (1,2 kg) – al had ik de paar foto’s die ik van deze tocht heb dan niet gehad.

Maar al die kilo’s waren een stuk draaglijker geweest, als ik maar die wandelstokken had. Het is pas veel later, als ik allang weer in mijn huisje in Nederland zit en deze blog schrijf, dat ik besef dat Milngavie een buitensportwinkel heeft, en ik misschien slechts een paar minuten verwijderd was van een nieuw paar stokken..

De eerste etappe van de WHW is door het heerlijke loofbos van Mugdock. Iedereen die de Way loopt zal er echter graag doorheen willen om een eerste glimp op te vangen van de Hooglanden. Die komt bij Dumgoyne, een opvallende bult in de verte, onderdeel van de Campsie Fells.

Mijn eerste wandeldag verloopt voorspoedig. Het is een vredige, windstille dag. Af en toe laat de zon zich zien, verwarmt het grasveld waarin een groep Schotse hooglanders staat te grazen. Ik ben vol goede moed en maak vele kilometers. Vannacht zouden de wolken moeten breken, en dan zou ik ‘s ochtends wel eens wakker kunnen worden met een stralende zon bovenop Conic Hill.

Er zijn genoeg wandelaars op het pad, maar het zijn allemaal dagjesmensen, hier om even te ontsnappen aan de drukte van de stad. Een oude man die zijn hond uitlaat groet me met een blik van herkenning, en wenst me succes. Ik kom maar één persoon tegen met een rugzak bijna zo groot als de mijne. Ze pauzeert om iets in haar tas te stoppen, en ik zie haar niet meer terug. Het zal dagen duren voor ik weer zo’n grote rugzak zie.

Richting Drymen kom ik steeds minder voetgangers tegen. Voor een tijdje loop ik over een verharde weg. Het landschap is landelijk hier, weides met nieuwsgierige paarden. Ik stop bij een bankje voor een late lunch. Een fietser passeert me. Ze is onderweg van Inverness naar Glasgow – vandaag is haar laatste dag fietsen. Prachtig weer heeft ze gehad. We wensen elkaar een goede reis, weer die herkenning in elkaars ogen – twee vrouwen alleen op pad, ik aan het begin van mijn avontuur, zij aan het einde.

Vrienden die deze zomer de West Highland Way liepen hebben me gewaarschuwd voor de makkelijk te missen afslag nabij Drymen. Als je er voorbij loopt loop je zo het dorp in, in plaats van de grote weg over en Garadhbhan Forest in. Dromer die ik ben, mis ik ‘m natuurlijk alsnog, maar gelukkig heb ik het al snel door. Die drukke A811 maakt dat ik toch een heel stuk terug moet voor ik weer verder kan. De WHW slaat van de verharde weg af een zompig grasveld op. Ik kan óf de drassige grond over óf eromheen langs een kudde koeien. Zelfs van deze afstand bewegen ze zich al opgehitst in mijn richting. Dan ga ik toch liever door het moeras heen. Wonder boven wonder hou ik mijn voeten droog. De A811 over en de beschutting van het bos in.

In de zomer is Garadhbhan Forest populair met wildkampeerders op de WHW. De hoge coniferen en het felgroene mos vormen een schilderachtige kampeerplek. De zon gaat bijna onder, en er is niemand meer te bekennen op het pad. Maar ik loop door. Conic Hill is niet ver meer nu.

Mijn beleving van het landschap verandert met de schemering. In de lange schaduwen tussen de bomen schuilen verhalen. Er zijn minder indrukken die afleiden van het omgevingsgeluid. Het grind onder mijn voeten, de stroming van een beek, zachte bries door de struiken. Met het ondergaan van de zon begint het zachtjes te regenen. Fijne regendruppels kietelen mijn gezicht.

Richting Balmaha splitst de WHW zich op in een lage route via Milton of Buchanan en een hoge route over de top van Conic Hill heen. Nabij de splitsing hangt een bord dat me vertelt dat de route naar Conic Hill is afgesloten vanwege een instabiele brug. Vlak voor de eindstreep valt mijn plan om op de heuveltop te slapen ineens in duigen.

Ik sta daar een paar minuten te overwegen wat te doen. Als ik ergens mijn zinnen op heb gezet, laat ik dit maar moeilijk los. Op de website van de WHW lees ik dat het bij laagwater mogelijk is om iets stroomafwaarts de rivier te doorwaden. Ik weet niet hoe hoog het water momenteel staat, maar die kans kan ik niet links laten liggen. Het is ongeveer een half uur lopen naar de rivier. Onderweg kijk ik uit naar alternatieve kampeerplekken, maar ik zie vooral hoge struiken. Het blijkt niet nodig te zijn; de eerder genoemde brug is inderdaad afgezet, maar slechts een paar meter stroomafwaarts vormen grote keien een makkelijke oversteekplaats over de rivier.

Ik haal opgelucht adem; Conic Hill is weer binnen handbereik! Het is maar een kleine overwinning, maar alleen op pad hangt er veel meer af van de keuzes die ik maak, en dat voel ik.

Ik ben vrij halsoverkop aan dit avontuur begonnen. Mijn enige voorbereiding was 2 nachten wildkamperen op Arran eerder deze maand. Ik hou van het onvoorspelbare van het buitenleven; het dwingt me flexibel te zijn en snelle besluiten te nemen. Aan de andere kant heb ik hier ook maanden naartoe geleefd. Alle mogelijke scenario’s zijn al tientallen keren voorbijgekomen in mijn hoofd. Wat anders heb ik te doen in al die uren dat ik loop, alleen met mijn gedachten? Maar op papier weten wat je te wachten staat is heel iets anders dan het ook echt beleven.

Na de brug begint de klim naar Conic Hill. Het is een geleidelijkere klim dan vanaf Balmaha, en zelfs na een hele dag wandelen ben ik zo boven. Ik zoek de beschutting op van de lagere top achter de hoogste heuveltop. De weg ernaartoe is een modderpoel maar de bult heeft een stukje vlak gras, precies groot genoeg voor mijn kleine tentje. Perfecte timing: de regen is gestopt en mijn tent blijft droog.

Ik kook ravioli terwijl ik uitkijk over de lichtjes van Loch Lomond. Wat een geluk, één van de meest bewandelde heuvels van Schotland, helemaal voor mij alleen. Het is pas half 8 als ik in mijn slaapzak kruip. Ik lees nog een tijd een boek voor ik langzaam wegdommel. Het is een vredige nacht en ik slaap er heerlijk doorheen, de gedachte aan deze wandeldag als een warme deken om me heen.

Dag 2

Doel: Doune Byre Bothy
Afstand: 30,5 km
7 uur in daglicht, 4 uur in maanlicht

Ik stond hier voor het eerst een jaar geleden, op de eerste van september, met knikkende knieën. Ik was net verhuisd naar een appartement in Glasgow, en was vol goede hoop voor de maanden die komen gingen, al was ik ook doodsbenauwd. Conic Hill markeerde een nieuw begin.

Ik had toen nog geen idee hoeveel Schotland werkelijk voor me zou gaan betekenen.

Nu sta ik hier met de afdruk van de tijd in de sproeten op mijn wangen, in mijn blauwe plekken en kuitspieren. Mijn lichaam heeft alle seizoenen gevoeld, mijn ogen hebben de kleinste details van het land gezien. Ik heb hier hoge pieken beleefd, en ook diepe dalen. Toch blijf ik terugkeren. Het zijn de toppen boven Loch Lomond, en alle toppen daarachter. Ik ken hun contouren. Al mijn spieren ontspannen zich; ik ben thuisgekomen.

De zonsopgang is nog mooier dan in mijn dromen. Een doorschijnende deken van mist hangt boven Loch Lomond en de weiden in het zuiden: een temperatuurinversie. De kruinen van bomen steken tussen de wolken door. En de toppen van de bergen in het noorden kleuren roze, daar waar de zon, voor mij nog onzichtbaar, ze al bereikt. Het is alsof de puntjes van de bergen in een verfpot gestopt zijn. Er zijn al een paar vroege vogels op de top van Conic Hill voor de zonsopgang. Ik geef ze groot gelijk; een ochtend als deze krijg je niet vaak in november.
Ik zit bij mijn tentje wanneer het tipje van de zon voor het eerst boven de wolken uit gluurt. De eerste zonnestralen van de dag op mijn wangen.

Tot nu toe verloopt alles volgens plan. Dit is de overnachting op Conic Hill waar ik op hoopte. Alleen tussen de zonsopgang en m’n ontbijt door is het al half 10 voor ik begin af te dalen naar Balmaha. Lage zonnestralen schijnen tussen de hoge eikenbomen door, met takken als duizendpoten. Het kan niet anders dan dat dit een prachtige dag wordt.

Het koffietentje van Balmaha is open. Ik kan de verleiding niet weerstaan om er even naar binnen te gaan voor een koffie en cakeje. Dit zou wel eens het enige café kunnen zijn waar ik naar binnen kan voor vele tientallen kilometers.

Bij mijn koffie klets ik met een vriendelijke Schot uit Drymen. Mijn gigantische rugzak wekt nieuwsgierigheid; hij wil alles weten over mijn ochtend op Conic Hill, en over mijn vervolgplannen. Vandaag gaat hij ook naar boven met zijn hond, maar hij neemt er de tijd voor; zijn hond en hij zijn niet de jongste meer.
Gisteren heeft hij een groep jongens gezien die de WHW liep en ging kamperen langs de route. Ik ben dus toch niet helemaal de enige op het pad.
Door de jaren heen heeft de Schot al vele secties van de WHW gelopen. Ooit hoopt hij nog de hele route te lopen samen met zijn zoon.
Ik kan niet lang blijven; vandaag probeer ik de hele lengte van Loch Lomond te bewandelen. Hij wenst me veel succes op de rest van mijn tocht; ik wens hem veel plezier op deze zonnige ochtend.

Het is heerlijk lopen langs de oevers van Loch Lomond in de ochtendzon. Vaak in de beschutting van de bomen, met af en toe een prachtig uitzicht over het gerimpelde meer, dan weer over een strand bekleed met herfstbladeren, waar twee meiden zich klaarmaken om te zwemmen. Ik wil me er niet doorheen haasten, maar dat kan ik ook niet. Het gewicht en de afstand beginnen me te vertragen. Er is een constante pijn in mijn rechterheup, die niet verdwijnt hoe ik me ook wend of keer. Mijn rugzak van mijn heupen liften brengt slechts tijdelijke verlichting.

Het voordeel aan de West Highland Way lopen in november is dat ik kan gaan en staan waar ik wil. In de zomermaanden moet kamperen langs Loch Lomond binnen de ‘designated zones’, nu kan ik op elk strookje strand mijn tent opzetten. Er is niemand die er last van zou hebben. Dat is een geruststelling; als ik niet verder kan, kan ik elk moment stoppen.

Als ik tegen 14:00 in Rowardennan aankom, moet ik mezelf dwingen om door te lopen tot de parkeerplaats van Ben Lomond. Ik wilde stoppen bij het hotel voor koffie, maar de lichten zijn uit. Na de 13 km die ik gelopen heb, lijkt een extra paar honderd meter opeens onmogelijk.

De bewolking is ingedaald. Vanochtend zag ik de top van Ben Lomond, de zuidelijkste munro van Schotland, vanaf Conic Hill. Nu is ie verstopt achter de wolken. Stel je voor dat ik naar boven was gegaan nu? Fort William zou ik nooit hebben gehaald.

Op de parkeerplaats zijn alle mensen die ik op het pad gemist heb; veel wandelaars hebben de stralende morgen benut voor een beklimming van de munro. Ze beginnen nu één voor één terug te keren naar de parkeerplaats.

Het is nog 17,5 km tot mijn beoogde slaapplek in Doune Byre Bothy, aan het noordelijke uiteinde van Loch Lomond. 5 uur lopen volgens mijn GPS. Terwijl de zon over 2 uur al ondergaat. Dat zullen heel wat donkere uren worden. Ik weet niet hoe ik het ga doen, nu de gedachte om mijn rugzak weer op mijn rug te sjorren al te veel is.

Oude wandelaars die zich voegen bij mijn picknicktafel hebben allemaal wat in te brengen; de één vond de tweede helft van Loch Lomond het moeilijkste stuk van het hele pad; een ander zegt dat het in het donker prima te doen is; weer een ander waarschuwt me voor gladheid na regen. Het weer gaat omslaan, dus ik kan er maar beter zo snel mogelijk voorbij zijn.

Mijn gevulde buik geeft me een korte piek aan energie. Ik probeer zo veel mogelijk afstand te overbruggen zolang het nog licht is. Hapjes chocola houden me op de been. Wanneer ik echt niet verder kan plof ik neer in de bosjes langs een smalle klif bij een kleine waterval, waar ik het water van Loch Lomond bijna kan aanraken. Ik heb niet de energie om mijn rugzak af te doen dus leun ik achterover in mijn harnas. Het is een spectaculaire plek, en mijn laatste glimp van het meer in daglicht.

Dan begint het gevecht met de schemering. Zo lang mogelijk stel ik het moment uit dat ik niet meer met het blote oog kan zien. In het bos zet de duisternis veel sneller in dan in de open lucht, en het is niet lang na zonsondergang dat ik over boomwortels begin te struikelen, en ik weet dat het tijd is voor mijn hoofdlamp. Het is rond die tijd dat ik Rowchoish Bothy passeer, een andere bothy aan Loch Lomond. Er is nog net genoeg licht om de hut te onderscheiden in een open veldje tussen de dichte bomen. Het is een spookachtige verschijning rond dit uur.

Even overweeg ik te stoppen. Wat zou het heerlijk zijn om mijn rugzak af te doen en mijn voeten omhoog te leggen bij een haardvuur. Een avond ontspannen. Maar die avond zou net het verschil kunnen maken om Fort William te halen in 5 dagen.

Dus ik zet door. 11 km eindeloos op en af over de oevers van Loch Lomond. Het pad wordt steeds ruiger, ik klauter over smalle richels, boomwortels, rotsblokken, begeleid door mijn handen in de aarde. Een koel briesje is op komen zetten, maar de beschutte oever houdt veel warmte vast. Bovendien moet ik scherp blijven op de hobbelige oever. Adrenaline raast door mijn lijf en de laatste uren blijf ik constant in beweging.

Tegen 18:30 passeer ik Inversnaid, een piepklein dorpje, niet meer dan een hotel en een paar huizen, alleen te bereiken te voet over de WHW of over een landweg door de Trossachs. Het hotel is dicht in november en het is er uitgestorven. Ik steek het met lantaarns verlichte pleintje over. In één van de huizen is licht aan. In een fauteuil bij het raam zit een man een boek te lezen. Ik moet een mysterieuze voorbijganger zijn, een hoofdlampje in de duisternis.

De bebossing is dicht in deze sectie, dus veel uitzicht mis ik niet, slechts af en toe de reflectie van water beneden bij het meer. De obstakels voor mijn voeten hebben al mijn aandacht. Ik schrik op wanneer ik plots tientallen ogen zie, wilde geiten op de hellingen langs het pad. Ze kijken me nieuwsgierig aan met hun grote hoorns, ik een ongenode gast in hun nachtelijke wereld.

Nabij Doune Byre vervlakt het landschap tot drassige open velden. Even loop ik onder maanlicht. Een geruïneerd huis misleidt me maar vlak daarna kom ik eindelijk aan bij de bothy.

Tot mijn verbazing is er al iemand binnen. Een oude zwerveling uit Londen. Al jaren zwerft hij rond over de paden van Groot-Brittannië. De afgelopen nachten heeft hij in Doune Byre Bothy verbleven. Morgen wil hij naar de kust om de Kintyre Way te gaan lopen.
Aanvankelijk ben ik behoedzaam, in mijn eentje met deze oude man in de hut. Maar hij is vriendelijk, zoals iedereen die ik op het pad ben tegengekomen. Hij geeft me een (heel vies) kopje koffie, en we praten over de mooie plekken die we door de jaren heen gezien hebben, en de plekken waar we nog heen zouden willen. Ik vraag me af of hij het nooit koud krijgt, in een tentje op de donkerste winternachten. Voor een paar dagen doe ik het graag, maar een hele winter kan ik me nauwelijks voorstellen.

De verandering in de lucht zet door. Die nacht waait het en kletteren regendruppels op de dakpannen. Maar ik lig warm in mijn donzen slaapzak, met vier muren om me heen. Ik probeer niet te denken aan wat hierna komen gaat. Vandaag had ik het zwaar, ondanks het mooie weer. Maar een hele dag lopen in de regen..

Wordt vervolgd..


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *