Mijmeringen op een Munro

Droomvertellingen uit de hoogtes van Schotland

Zomer in de Hooglanden: Assynt ondergronds

caver in a cave in Assynt, Scotland

Iedereen die me een beetje kent, zal inmiddels weten dat Assynt mijn favoriete plekje in Schotland, en misschien zelfs op de hele wereld is. Wanneer me wordt gevraagd waarom, vind ik dit soms lastig onder woorden brengen. Maar deze zomer ben ik er weer aan herinnerd wat het is: avonden in de serre, dwalen over winderige heide, de eindeloze zon, heuvels die hun gedaante verhullen, heuvels met versteende schubben. Zelfs de midges kunnen mijn geluk niet wegnemen, al doen ze er een aardige poging toe.

Joevie en ik nemen afscheid van elkaar in Ullapool, waar we helemaal naartoe zijn gebracht vanaf Corrie Hallie door twee vriendelijke Schotten, psychiater Tom en zijn partner Conor. Joevie gaat terug naar Glasgow, ik ga verder naar Elphin. Maar niet voordat we een overheerlijke houtovenpizza hebben gegeten bij Oak & Grains. Welverdiend na onze ontberingen in de Fisherfields.

In Assynt ontmoet ik vrienden van de Glasgow University Caving Association voor een weekend vol grotten en gezelligheid. De caving hut in Elphin is onze geliefde thuisbasis. Niets is beter dan zitten in de serre op een zonnige morgen, opgewonden over de dag die komen gaat, of tot in de late avonduren, met dat laatste uitgestrekte spoor licht aan de hemel.

En altijd maar de heuvels van Assynt, daar, in je ooghoek.

Claonaite

Assynt is het grottenmekka van Schotland. De belangrijkste grotten voor cavers bevinden zich in de Allt nan Uamh glen net ten noorden van Elphin. Op eerdere expedities in Assynt heb ik Allt nan Uamh Stream Cave en Rana Hole bezocht, maar één grot in de vallei blijft onoverwonnen: Claonaite.

Met bijna 3,5 km is Uamh an Claonaite, ‘Grot van de Schuine Rots’, de langste grot die in Schotland in kaart is gebracht. Slechts een klein deel van de grot is echter via de ingang van Claonaite te bereiken; de grot heeft een stuk of zeven zogenaamde ‘sumps’, doorgangen die onder water staan en waar je alleen al duikend toegang tot kan verkrijgen – een vergevorderde tak van de caving sport die alleen aan de dappersten besteed is.

Twee van de sumps kun je omzeilen maar na 750 meter verspert sump 3 toegang tot de rest van de grot. 750 meter is geen hele uitdagende afstand voor een grot en toch is nog niemand in mijn groep ooit tot het uiterste eind gekomen; dit komt omdat de grotten in Assynt extreem onderhevig zijn aan weersveranderingen, en Claonaite in het bijzonder.

Bij mijn laatste poging om de grot te verkennen werd de weg al na 20 meter versperd door een kloof die door regenval was veranderd in een waanzinnige waterval. We deden een poging om er langs af te dalen, maar zelfs de sterkste in onze groep lukte het nauwelijks om weer terug naar boven te klimmen. We moesten ons wel terugtrekken uit de grot.

Het is nu begin augustus en het waterpeil in Assynt is lager dan ik het ooit heb gezien. De rivier Allt nan Uamh, waar ik twee jaar geleden een hardvochtige strijd mee had, staat volledig droog nu. Grote keien vormen de rivierbedding. Het zijn de perfecte omstandigheden voor een herkansing in Claonaite.

De laatste keer dat ik hier was had de winter alle kleur weggevaagd uit de glen. Tussen kale takken die woest wapperden in de wind keek je ver uit over dorre bruine heuvels. Nu is de glen overgroeid met groen, de varens zo dik dat ik soms nauwelijks de vallei kan zien. Het lijkt wel een andere wereld, zo is de verandering van de seizoenen.

Om Claonaite en Rana Hole (beide zijn onderdeel van hetzelfde grottensysteem) te bereiken volg je een zijriver van de Allt nan Uamh omhoog door een gully ten oosten van Creag nan Uamh, de rotswand waarin de Bone Caves liggen. Deze kleine grotten zijn bekend om de overblijfselen die er gevonden zijn van rendieren, lynxen en ijsberen die ooit in dit gebied leefden. De vallei vlakt uit tot een nietszeggend veenmoeras tot een plotselinge inzakking in het landschap. En daar is Claonaite als een gapend gat onder een kalkstenen klif.

We treuzelen niet – op het hoogtepunt van het midge seizoen is het onder de grond een stuk aangenamer dan tussen de hoge heide. Eén voor één laten we ons naar beneden zakken in de aarde.

We zijn met zijn vijven, en Liv gaat vandaag voor het eerst mee de grond in. Het is geweldig om door haar ogen weer die eerste keer in een grot te ervaren.

‘Was jij bang de eerste keer dat je een grot in ging?’ vraagt Liv mij als we door een nauwe canyon klimmen.

Daar moet ik even over nadenken. ‘Niet echt. Maar ik wist ook niet waar ik bang voor moest zijn.’

Ik had nooit horrorverhalen gelezen, of filmpjes gezien van cavers die vast kwamen te zitten. Ik ging er blanco in. Voor Liv is het anders. Zij krijgt al jaren de verhalen van Daniel te horen – de geweldige, de dwaze en de gruwelijke. Die gaan in je hoofd een eigen leven leiden. Tot vandaag heeft Liv dan ook altijd geweigerd om mee te gaan. Maar nu heeft Daniel haar eindelijk zo ver gekregen. Ik kan aan de grijns op Livs gezicht zien dat ze er geen spijt van heeft.

Het is wel meteen een volledige onderdompeling in de caving. Die klif waar we de vorige keer niet verder konden is nu weliswaar slechts glibberig, maar desalniettemin 4 meter omlaag tot een poel waar je niet in wil vallen.

We helpen elkaar met een aanwijzing of een hand. Dat is het mooie aan caving: je doet het samen. In een grot heeft ieder zijn eigen krachten: de een is sterk en helpt anderen omhoog, een ander is klein en kan smalle doorgangen checken, weer een ander weet alles van knopen.

Claonaite is een hele vermakelijke grot, een goede afwisseling van kruipen en klimmen, van zweten en klieren, van je inspannen en dan onderuit liggen onder druipstenen versieringen. Het is ook een hele natte grot. Soms komt het water tot mijn borstkas. En daarbij hoort natuurlijk ook kruipen door een krappe, heerlijk natte doorgang. Ellebogen, buik, gezicht – alles wordt nat. Vorig jaar februari was dit grotduiken geweest.

Vergeleken met de Allt nan Uamh Stream Cave, dat een heel netwerk aan routes heeft, is navigeren in Claonaite relatief makkelijk: steeds volgen we de rivier stroomafwaarts. Er is één afslag waar we twijfelen – rechts check ik een doorgang vanaf een verhoogd platform, die dood lijkt te lopen, maar links lijkt de route rechtstreeks door de rivier evengoed onder water te staan. Patrick biedt zich aan om de rechter passage verder te onderzoeken. Wiebelende voeten en een gedempte stem vertellen ons dat het gat alleen maar nauwer wordt. Hij komt weer tevoorschijn, omgetoverd tot een moddermonster.

Mijn favoriete deel van Claonaite is de lange schuine spleet waar we ons zijwaarts doorheen bewegen. Als ik een camera bij me had gehad, had het voor een spectaculaire foto gemaakt. We klimmen omlaag langs schuine hellingen en watervallen (de Watershoots), en voor ik het weet zijn we bij sump 3. Een blauwe poel strekt zich uit tot ver voorbij ons licht reikt. Was dat het al? Die gedachte heb ik niet vaak in een grot.

Voorbij sump 3 is er nog veel meer moois – eeuwenoude botten, modderformaties, en als pronkstuk the Great Northern Time Machine: een reusachtige hal, met 30 meter hoog en 70 meter lang de grootste op het Schotse vasteland. Rana Hole is geëxcaveerd om the Great Northern Time Machine te kunnen bereiken zonder te hoeven duiken. Zo zijn er twee aparte caving routes ontstaan in hetzelfde grottensysteem, één verticale, gezekerd met single rope technique (SRT), en één horizontale.

Voor een kleine groep is Claonaite precies lang genoeg om je te vermaken, maar niet uit te putten. Aan de terugweg beginnen we met net zo veel enthousiasme en energie, nu met de belofte van bier en een nog warme zon boven de grond.

Omlaag moesten we voorzichtig zijn (al bespaarde Daisy veel tijd door gewoon naar beneden te glijden), omhoog wijzen de hand- en voetgrepen zich vanzelf. Ik klem mijn lichaam vast tussen de muren. Soms heb ik het gevoel de controle te verliezen – een siddering door mijn lijf. Het is vooral een mentaal spel, de angst om te vallen. Dwing jezelf tot kalmte, en je vindt je balans terug.

De grootste uitdaging is die laatste klif, 4 meter omhoog. Terwijl ik me van de ene naar de andere rotswand werp, vindt Daisy een alternatieve route die hen op het platform brengt. Dat maakt caving zo leuk: er zijn geen regels, je bent vrij om je eigen weg te vinden.

Op de terugweg door de Allt nan Uamh glen nemen we een kijkje in de Bone Caves. Midden in de zomer krioelt het er met mensen. In grotrijke gebieden in Engeland, vooral Yorkshire Dales, zijn cavers een gebruikelijk zicht. In Assynt lijken we buitenaardse wezens naast de toeristen, met ons roodblauwe pak en helm, waggelend over de heide. Niet geheel anders dan hoe we ons voelen, nu we na uren onder de grond weer daglicht zien.

Cnoc nan Uamh

Dit weekend delen we de hut in Elphin met een gezin uit Zuid-Engeland. Andy en Kirsty zijn twee cavers die hun kinderen al van jongs af aan meenemen naar de grotten van Engeland en Wales. Deze zomer komen ze voor het eerst caven in Schotland.

De meeste Britse cavers beginnen met caving tijdens hun studententijd via een van de universitaire caving clubs. Vaardigheden worden doorgegeven van generatie op generatie student, maar slechts zelden van ouder op kind.
Cavers studeren af, krijgen een grotemensenbaan en caving wordt een nostalgische herinnering uit hun jeugd. Maar soms vinden twee cavers elkaar (vaker dan je denkt) en soms blijven ze bij elkaar. En dan worden grotten je zomers, spetterend, klauterend, rollend door de modder met je kinderen.

Wat een rijke wereld waarin Abi en Hedley opgroeien. Ik heb niet veel kinderen ontmoet die zo ongefilterd aanwezig zijn in een groep vreemde volwassenen. Er is een zekerheid waarmee ze spreken en een vrijheid in hun manier van doen die denk ik alleen maar het resultaat kan zijn van hun avontuurlijke opvoeding. Grotten zijn een natuurlijke speeltuin, en stof voor de verbeelding.

Avonden in de caving hut zijn soms een kop thee en een goed gesprek, bladeren door grotboeken bij kaarslicht, herinneringen ophalen en plannen maken voor het volgende avontuur. En soms is het lachen, gieren, brullen tot in de nachtelijke uurtjes. Zaterdagavond is er zo een: we spelen eindeloos spellen, het een nog gekker dan het andere. Het meest legendarisch is de ‘squeeze machine’, een houten geval waar cavers één voor één door heen kruipen, terwijl het gat waar ze doorheen moeten steeds nauwer wordt. We hebben ‘m deze keer niet bij ons, dus moeten het met voorwerpen in de ruimte doen. Die zijn er genoeg: zo klimmen we om een tafelblad heen zonder de grond te raken en pakken we voorwerpen van de grond met onze tanden – de enige regel: handen moeten op de rug. Vele jaren geleden speelden Andy en Kirsty dezelfde spellen, nu doen ze weer net zo fanatiek mee.
We zijn het langst zoet met het sling spel – je staat met zijn tweeën op een omgekeerde pan met een lus om je heen, en moet deze lus over allebei je hoofden zien te krijgen, zonder van de pan te vallen. Piper onze yogameesteres en ik doen een aardige poging, maar Andy en Abi zijn verreweg het beste team, vooral te danken aan Abi’s kleine flexibele lichaam.

Op zondag trekken Piper (die gister in Rana werd verslagen door slechte slings en midges samen met Amber) en ik er alleen op uit. In het caving boek van Assynt zien we een foto van ‘the Grotto’, een prachtige kamer met kalkstenen formaties die onze nieuwsgierigheid wekt.

De Grotto is te vinden in Cnoc nan Uamh, of Cnockers, een grotsysteem in de Traligill glen, verder naar het noorden nabij Inchnadamph. Het Engelse gezin is er vandaag geweest. Hedley vertelt ons enthousiast hoe ze de kamer gevonden hebben, het was een hele zoektocht!
De grotten van Traligill mogen dan ondieper zijn dan die van Allt nan Uamh (en worden daarom vaak overgeslagen ten gunste van hun zuidenburen), ze doen niet onder in schoonheid. Andy zegt dat hij nog nooit zoiets als ’the Waterslide’ heeft gezien.

Het is voor Piper en mij de eerste keer dat we zelf de leiding nemen in een grot. Al snel komen we erachter dat grotnavigatie nog veel moeilijker is dan het lijkt.

De eerste stap is de grot vinden. De instructies van Kirsty zijn duidelijk: 400 meter na het laatste huis verschijnt de grotingang duidelijk in de heuvel voor je. Maar de Traligill glen is rijk aan kalksteen en overal om ons heen zijn er zwarte gaten in het landschap die ons proberen te verwarren.
Het bordje met ‘grot’ is echter niet te missen; al snel zien we de heuvel van onze foto, Cnoc nan Uamh, ‘Heuvel der Grotten’. Er zijn drie ingangen, Uamh an Tartair, die leidt naar het grootste deel van de grot, Uamh an Uisge, bij de Waterslide, en dan nog een naamloze pothole bovenop de heuveltop.

De Waterslide is in het echt nog veel indrukwekkender dan op Andy’s video’s. Duizenden liters water storten zich over een brede helling naar beneden, oorverdovend en eeuwigdurend. Waar al dat water vandaan komt is me een raadsel. En dan te bedenken dat we middenin een droogte zitten!

De Waterslide (Video: Piper Cusmano)

De makkelijkste manier om bij de Grotto te komen is via Uamh an Tartair, dus daar gaan we als eerst de grot binnen. We duiken onder een boog door en zakken door een gleuf Stream Chamber in, de grootste hal waar de rivier doorheen stroomt. Vanaf hier zijn we op zoek naar een modderige doorgang van kruiphoogte aan onze rechterkant. We proberen verschillende gaten, maar allen lopen op een gegeven moment dood.

Een tweede poging dan vanaf Uamh an Uisge – door de rivier stroomopwaarts te volgen, hopen we de gang naar de Grotto te vinden. De route door de rivier is op zichzelf al spectaculair genoeg. We komen langs een waterval waar licht in valt vanuit de pothole, een magisch beeld, lopen door een canyon met water tot onze heupen en klimmen recht omhoog door een waterval boven een diepe poel. We kruipen door een spleet en de grot opent zich tot een kamer, maar ik herken de dunne stalactieten aan het plafond. We zijn terug in de Stream Chamber.

Van links naar rechts: Uamh an Uisge met de Waterslide, Uamh an Tartair en de Pothole (Video’s: Piper Cusmano)

Nog steeds geen Grotto, en we moeten alweer bijna terug naar Elphin – we hebben vanavond nog een 5 uur lange autorit dwars door Schotland voor de boeg.

Er is naast de moddergang nog een andere manier om bij de Grotto te komen – door de rivier stroomopwaarts te volgen. Je moet hiervoor kopje onder; dit is alleen mogelijk bij laagwater.
Het is onze laatste poging. We waden door de rivier totdat een boog de weg verspert. We schijnen er met onze hoofdlamp onderdoor en kunnen nog net de andere kant zien. Twee keer kort kopje onder en de grot verruimt zich weer. Wie weet wat zich allemaal schuilt daarachter.

De rivier lijkt hoger dan Andy en Kirsty hem gisteren beschreven. Het heeft gisteravond en vanochtend hard geregend, dus mogelijk is het waterpeil al wat gestegen.

Piper gaat hier en niet verder, maar mijn nieuwsgierigheid wint het van me. Ik besluit kort de andere kant te checken, terwijl Piper wacht in Stream Chamber.

Het zijn maar een paar seconden onder water, veel korter dan wanneer ik in zee zwem, maar door het beperkte zicht is het veel spannender. Ik duik onder tot een verhoging in het plafond, en nog een keer, eerst tegen de rotsen aan met mijn grote helm, dan er onderdoor.
Ik klim de oever op en sta dan in een ronde kamer die Pool Chamber wordt genoemd. Ik volg het geluid van stromend water en kom bij een kamer met een kleine maar krachtige waterval. Het is niet de Grotto.

Je kunt meerdere kanten op vanuit Pool Chamber. Eén ervan zal uitkomen bij de Grotto, maar welke weet ik niet. Dit is niet iets wat ik in mijn eentje moet proberen. Dus ik ga terug de rivier in, naar de boog waar ik zojuist onderdoor kwam. Ik roep Piper maar ze hoort me niet. Even raak ik in paniek – is dit wel de goeie weg terug? Ik ga terug naar Pool Chamber en kijk om me heen naar andere wegen, maar ik weet zeker dat ik goed zat. De tweede keer bij de boog hoort Piper me wel. Opgelucht duik ik onder en word ik herenigd met Piper.

Het is een belangrijke les voor de toekomst: duidelijke afspraken zijn cruciaal, hoe kort je ook uit elkaar gaat – hoe lang blijf je weg, hoe ver ga je, waar wacht de ander? Het is te makkelijk om verdwaald te raken in een grot.

We houden het voor gezien. De Grotto wil vandaag niet gevonden worden. Maar we kunnen niet terugkeren zonder van de glijbaan af te gaan.
Opnieuw hebben we veel geluk met het weer – als de stroming ook maar iets sterker was, hadden we zekering nodig gehad.
Het is ongelooflijk bevrijdend – naar beneden glijden van de Waterslide, omhelst door het water, en onze demonen wegschreeuwen. Ik heb nog nooit zo veel lol gehad in een grot.

Die enorme hoeveelheid water, die zo uit het niets verscheen, verdwijnt ook weer, in het duister, in spleten tussen de rotsen. De aarde is constant in beweging. Ook onder rotsvaste bodems.

Video: Piper Cusmano

Pipers en mijn avontuur eindigt hier. Het oppervlak roept ons. We klimmen terug als een lichtere versie van onszelf.

En daarmee zit mijn tijd in Schotland er weer op. Eén ding weet ik zeker, zekerder dan ik het ooit heb geweten. Dit is waar ik thuis hoor. Tussen eenzame bergen, in de holle aarde, met mijn cavers.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *